Kleine Beweging Van De Week #013
Laat één ‘moeten’ even open
Het woord moeten is een bijzonder woord. We gebruiken het tientallen keren zonder erbij stil te staan. We moeten naar een afspraak, een mail beantwoorden, een beslissing nemen, boodschappen doen, iemand terugbellen. Vaak is daar niets ingewikkelds aan. Sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren en een leven waarin we iedere verplichting eerst uitgebreid onderzoeken zou behoorlijk onwerkbaar worden.
Toch kan het interessant zijn om af en toe te luisteren naar de momenten waarop het woord vanzelf verschijnt.
Niet omdat er achter ieder moeten een verborgen patroon schuilgaat, maar omdat het woord iets kan laten zien over de ruimte die we op dat moment ervaren. Wanneer iets moet, hoeven we immers niet meer te kiezen. De beweging ligt al vast.
En juist daarom oefenen we deze week niet met nee zeggen, loslaten of grenzen stellen. We proberen ook niet minder verantwoordelijk te worden. We doen iets veel kleiners: we laten één moeten heel even open.
Kies geen groot moment
Begin liever niet met de belangrijkste beslissing van je week. Kies een alledaags moment waarop je merkt dat je jezelf al in beweging hebt gezet.
Je ziet 's avonds nog een bericht binnenkomen en denkt: ik moet hier nog even op reageren. Een collega komt met een probleem en vrijwel onmiddellijk verschijnt: ik moet dit oplossen. Tijdens een vergadering ontstaat stilte en je voelt: ik moet nu iets zeggen.Iemand is teleurgesteld en ergens in jou ontstaat de neiging: ik moet dit herstellen.
Misschien klopt dat.
Beantwoord de mail dus gerust. Help je collega. Neem het besluit. Zeg wat gezegd moet worden.
Maar doe het niet onmiddellijk.
Laat een paar seconden bestaan tussen het gevoel van noodzakelijkheid en de beweging die normaal gesproken volgt.
Stel maar één vraag
Vraag jezelf in dat kleine oponthoud:
Wat zou er gebeuren als ik dit heel even niet hoefde?
Probeer de vraag niet te beantwoorden zoals je een probleem oplost. Je hoeft geen argumenten vóór en tegen te verzamelen en ook niet te bepalen wat verstandiger zou zijn. Merk alleen op wat als eerste verschijnt.
Misschien denk je: dan blijft het liggen.
Misschien: dan moet iemand anders het doen.
Of: dan denkt degene dat ik niet betrokken ben.
Dan verlies ik tijd.
Dan loopt het mis.
Dan stel ik iemand teleur.
Dan weet ik eigenlijk niet wat ik met mezelf aan moet.
En misschien verschijnt er helemaal niets bijzonders. Ook dat is informatie.
Het gaat niet om het juiste antwoord. Interessanter is dat je even kunt zien welke werkelijkheid onmiddellijk beschikbaar wordt zodra je de noodzakelijkheid ter discussie stelt.
Je hoeft het tegenovergestelde niet te doen
Dit is misschien het belangrijkste deel van de oefening.
Wanneer je ontdekt dat je denkt: ik moet dit oplossen, betekent dat niet dat je het probleem voortaan moet laten liggen. Wanneer je merkt dat je moeilijk nee zegt, hoef je niet opeens nee te zeggen. En wanneer je voelt dat je onder druk meer wilt sturen, is loslaten niet automatisch de betere keuze.
Anders maken we van deze oefening onmiddellijk een nieuwe opdracht: ik moet minder moeten.
Dan zijn we precies terug waar we begonnen.
De bedoeling is eenvoudiger. We proberen gedurende een paar seconden verschil te ervaren tussen iets doen omdat het nodig is en iets doen terwijl het op dat moment voor ons als noodzakelijk verschijnt. Die twee kunnen samenvallen, maar ze zijn niet hetzelfde.
Soms moet een besluit vandaag worden genomen. Soms heeft iemand werkelijk jouw hulp nodig. Soms vraagt leiderschap dat jij ingrijpt. De vraag is niet of noodzakelijkheid bestaat.
De vraag is of we haar nog kunnen onderzoeken.
Misschien ontstaat er niets meer dan een paar seconden ruimte
Dat klinkt klein. En dat is het ook.
Maar juist in die paar seconden kan iets zichtbaar worden wat tijdens het handelen verborgen blijft. Misschien merk je hoe snel je verantwoordelijkheid naar jezelf toe trekt. Misschien voel je onrust zodra je iets niet onmiddellijk oplost. Misschien ontdek je dat je bang bent iemand teleur te stellen. Of misschien blijkt juist dat je na dat korte moment nog steeds precies hetzelfde wilt doen.
Dan doe je het.
Alleen is er iets veranderd.
Niet noodzakelijk in je gedrag, maar in je verhouding ertoe. Wat een paar seconden geleden alleen als moeten verscheen, is opnieuw iets geworden waar je naar kunt kijken.
En soms is dat alles wat een beweging nodig heeft om weer een keuze te kunnen worden.
***