De Human Shift Quote #014

“Dat je iets kunt dragen, betekent nog niet dat het van jou is om te blijven dragen.” 

Wat we kracht noemen

Er zijn eigenschappen die we bijna zonder aarzeling als kwaliteiten herkennen. Verantwoordelijkheid nemen. Doorgaan wanneer het moeilijk wordt. Er zijn wanneer anderen je nodig hebben. Niet bij iedere tegenslag afhaken, maar zoeken naar een manier waarop het wél kan.

Veel van wat mensen ver brengt in hun leven begint precies daar. Wie verantwoordelijkheid kan dragen, krijgt vaak meer verantwoordelijkheid. Wie onder druk rustig blijft, wordt degene naar wie anderen kijken wanneer het spannend wordt. Wie problemen oplost voordat ze groter worden, wordt al snel iemand op wie je kunt bouwen. En wie zich gemakkelijk kan aanpassen, vindt meestal wel een manier om verder te gaan wanneer omstandigheden veranderen.

We noemen dat veerkracht, loyaliteit, betrokkenheid of doorzettingsvermogen. Terecht ook. Het zijn kwaliteiten die mensen in staat stellen moeilijke periodes door te komen, iets op te bouwen en verantwoordelijkheid te dragen voor meer dan alleen zichzelf.

Toch zit juist in die kwaliteiten een interessante paradox. Want ons vermogen om ons aan omstandigheden aan te passen helpt ons niet alleen om met een werkelijkheid om te gaan. Het kan er soms ook voor zorgen dat we die werkelijkheid minder snel ter discussie stellen.

Een medewerker die altijd wel een manier vindt om het werk af te krijgen, kan lange tijd verhullen dat de hoeveelheid werk structureel niet meer past. Een leidinggevende die iedere ingewikkelde situatie opvangt, kan ongemerkt onderdeel worden van een organisatie die steeds afhankelijker van hem wordt. Een ondernemer die telkens ergens nog energie vandaan haalt, hoeft zichzelf misschien jarenlang niet af te vragen waarom rust steeds meer iets is geworden wat eerst verdiend moet worden.

Ook buiten het werk kennen we die beweging. We houden rekening met iemand, nemen iets over, stellen een gesprek nog even uit omdat dit niet het goede moment lijkt. We passen ons aan aan omstandigheden die tijdelijk zouden zijn en vertellen onszelf dat het straks waarschijnlijk rustiger wordt.

En vaak is daar niets vreemds aan. Het leven vraagt nu eenmaal dat we ons aanpassen. Niet iedere moeilijke periode hoeft aanleiding te zijn om onze baan op te zeggen, een relatie ter discussie te stellen of ons leven opnieuw in te richten.

Maar tijdelijk heeft een merkwaardige eigenschap: wanneer we er lang genoeg goed in functioneren, kan het ongemerkt normaal worden.

Misschien begint daar iets wat we achteraf gemakkelijk missen.

Zolang iets nog lukt, bestaat er immers weinig noodzaak om werkelijk te onderzoeken wat er gebeurt. We werken wat langer, denken wat harder, herstellen in het weekend, stellen een behoefte uit of nemen nog één verantwoordelijkheid over. En iedere keer dat dat lukt, bevestigt de werkelijkheid ons een beetje: blijkbaar kan het nog.

Tot het op een dag niet meer kan.

Van buitenaf kan dat moment plotseling lijken. Iemand die altijd alles aankon, valt uit. Een leider die jarenlang de organisatie droeg, merkt dat het niet meer gaat. Iemand die altijd voor anderen klaarstond, kan ineens niets meer hebben. We zoeken dan begrijpelijkerwijs naar wat er recent is gebeurd, alsof ergens vlak vóór het vastlopen iets moet zijn veranderd.

Maar misschien kijken we dan naar het verkeerde moment.

Wat zichtbaar wordt op de dag dat iemand niet meer kan, kan veel eerder zijn begonnen. Niet als falen, maar juist als een lange geschiedenis van succesvol aanpassen. Van oplossen, compenseren, bijsturen en doorgaan. Het lichaam, de agenda, relaties en soms zelfs het hele leven worden steeds opnieuw zo georganiseerd dat functioneren mogelijk blijft.

Daarmee krijgt het woord draagkracht ineens een andere betekenis.

We zijn gewend te vragen hoeveel iemand aankan. Wanneer mensen vermoeid raken of dreigen uit te vallen, zoeken we naar manieren om die draagkracht te herstellen. Meer rust, betere grenzen, meer veerkracht, andere coping, misschien een betere balans tussen inspanning en herstel. Dat kunnen waardevolle bewegingen zijn.

Maar er bestaat een tweede vraag die veel ongemakkelijker is en daardoor gemakkelijk buiten beeld blijft: waarom proberen we iemand eigenlijk opnieuw in staat te stellen om precies dát te dragen?

Die vraag verandert het perspectief.

Want niet alles wat zwaar is, is verkeerd. Een betekenisvol leven vraagt soms veel van ons. Ouderschap, ondernemerschap, leiderschap, zorg voor iemand van wie we houden of verantwoordelijkheid voor iets waarin we geloven kan ons tijdelijk dicht bij onze grenzen brengen. Minder belasting is daarom niet automatisch het antwoord.

Maar naast draagkracht bestaat ook zoiets als passendheid.

Past de verantwoordelijkheid die iemand draagt nog bij diens rol? Past de manier waarop het werk georganiseerd is nog bij wat mensen duurzaam kunnen geven? Past een rol die ooit bewust werd gekozen nog bij de mens die iemand inmiddels is geworden? En passen verwachtingen die door de jaren heen bijna vanzelfsprekend zijn geworden nog bij wat iemand vandaag opnieuw zou willen kiezen?

Dat zijn andere vragen dan de vraag of iemand iets aankan. Misschien juist omdat het antwoord niet onmiddellijk vraagt om méér herstel, maar om opnieuw kijken naar de werkelijkheid waarin dat herstel nodig is geworden.

Daarmee wordt ook kracht zelf iets interessanter.

Een kwaliteit hoeft namelijk niet verkeerd te zijn om mee te gaan doen in een werkelijkheid die uiteindelijk niet meer helpt. Juist iemand die veel aankan, kan lang functioneren in omstandigheden waarin een ander eerder zou stoppen. Juist iemand die loyaal is, kan verantwoordelijkheid blijven dragen die allang opnieuw verdeeld had moeten worden. En juist iemand die goed voor anderen kan zorgen, kan heel laat ontdekken hoeveel ruimte voor zichzelf onderweg verdwenen is.

Dat maakt die eigenschappen niet tot het probleem. Het laat vooral zien dat we menselijke kwaliteiten moeilijk los kunnen begrijpen van de werkelijkheid waarin ze worden ingezet.

Misschien zouden we daarom iets minder vaak moeten vragen hoe sterk iemand is en iets vaker waarvoor die kracht op dit moment wordt gebruikt. Helpt ze iemand om iets te bouwen wat werkelijk belangrijk is? Om een moeilijke maar betekenisvolle periode te dragen? Of wordt dezelfde kracht vooral ingezet om een werkelijkheid in stand te houden waarvan nauwelijks nog wordt onderzocht of zij anders zou kunnen?

Van buitenaf zijn die bewegingen soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Twee mensen kunnen even hard werken, even betrokken zijn en dezelfde verantwoordelijkheid dragen, terwijl wat er voor hen op het spel staat volkomen verschillend is.

En misschien is dat ook waarom de grens tussen veerkracht en compensatie niet met een eenvoudige checklist te vinden is.

We hoeven niet minder sterk te worden. We hoeven weerstand niet onmiddellijk te interpreteren als een teken dat we moeten stoppen. Misschien vraagt werkelijke veerkracht juist om iets subtielers: het vermogen om af en toe niet alleen te voelen of we iets nog kunnen dragen, maar ook nieuwsgierig te blijven naar waarom we het dragen en wat onze kracht ondertussen mogelijk maakt.

Want er zijn momenten waarop doorgaan moed vraagt.

En er zijn momenten waarop precies dezelfde moed nodig is om niet opnieuw op te lossen wat misschien eindelijk zichtbaar zou moeten worden.

Dan verschuift de vraag bijna ongemerkt.

Niet meer: Kan ik dit nog aan?

Maar: Als ik vandaag opnieuw mocht kiezen, zou ik dan willen dat dit nog steeds van mij is om te dragen?

***

Vorige
Vorige

Shift Van De Week #014

Volgende
Volgende

Kleine Beweging Van De Week #013