Shift Van De Week #014
Als herstel vooral helpt om terug te keren
Er zit iets geruststellends in het woord herstel. Het suggereert dat iets wat uit balans is geraakt weer kan terugkeren naar een toestand waarin het beter gaat. We slapen, nemen rust, praten met iemand, bewegen meer, leren onze grenzen herkennen of proberen anders om te gaan met wat spanning oproept. Langzaam ontstaat er weer ruimte.
Dat kan van grote betekenis zijn. Wie uitgeput is, heeft niet altijd behoefte aan een fundamentele analyse van zijn leven. Soms moet een lichaam eerst tot rust komen. Soms helpt een paar weken afstand om weer te kunnen voelen wat daarvoor alleen nog als druk werd ervaren. En soms blijkt na herstel dat er eigenlijk niet zoveel mis was met de richting waarin iemand bewoog. Het was eenvoudigweg te veel, te lang, zonder voldoende herstel.
Maar er bestaat ook een ander soort situatie.
Iemand komt tot stilstand, herstelt en probeert daarna terug te keren naar vrijwel dezelfde werkelijkheid waarin het eerder misging. Misschien met betere grenzen. Met het voornemen niet meer overal ja op te zeggen. Met een vrije middag in de agenda, meer aandacht voor slaap of de afspraak om eerder aan de bel te trekken wanneer de spanning opnieuw oploopt.
En aanvankelijk gaat het beter.
Tot dezelfde vermoeidheid langzaam terugkeert.
Dat hoeft niet te betekenen dat het herstel heeft gefaald. Misschien heeft het herstel zelfs precies gedaan wat ervan werd gevraagd: iemand voldoende ruimte gegeven om weer te kunnen functioneren.
De ongemakkelijkere vraag is wat er daarna onveranderd is gebleven.
Want herstellen en veranderen zijn niet noodzakelijk hetzelfde.
We kunnen iemand helpen rustiger te worden zonder dat de omstandigheden waarin die onrust ontstond wezenlijk veranderen. We kunnen iemand leren grenzen te stellen binnen een rol waarvan nooit wordt onderzocht waarom die zoveel grensbewaking nodig heeft. We kunnen een leidinggevende leren beter met druk om te gaan, terwijl de hoeveelheid verantwoordelijkheid die op één positie is terechtgekomen ongemoeid blijft. En we kunnen mensen leren omgaan met een organisatie die structureel meer van hen vraagt dan binnen de beschikbare tijd, ruimte of invloed mogelijk is.
Geen van die interventies hoeft verkeerd te zijn. Het probleem ontstaat pas wanneer het vermogen van een mens om zich opnieuw aan te passen wordt aangezien voor bewijs dat de werkelijkheid waaraan hij zich aanpast daarmee ook passend is geworden.
Misschien gebeurt dat gemakkelijker dan we denken.
Veel van onze taal rond ontwikkeling richt zich immers op de mens. We spreken over veerkracht, coping, eigenaarschap, persoonlijk leiderschap, mindset, energiemanagement en grenzen stellen. Het zijn waardevolle begrippen, juist omdat mensen niet volledig afhankelijk zijn van hun omstandigheden. We kunnen leren, herstellen, anders reageren en nieuwe mogelijkheden ontwikkelen.
Maar precies daar kan een merkwaardige verschuiving ontstaan. Zodra de vraag vooral wordt wat ík anders kan doen om beter met een situatie om te gaan, kan de situatie zelf langzaam uit beeld verdwijnen.
Dan wordt iemand beter in nee zeggen, terwijl niemand vraagt waarom er zo vaak nee gezegd moet worden. Een professional leert zijn agenda bewaken, terwijl het werk structureel niet binnen de beschikbare uren past. Een manager leert delegeren, terwijl verantwoordelijkheden in de organisatie zo onduidelijk verdeeld zijn dat problemen telkens bij dezelfde persoon terugkomen.
Op individueel niveau kan iets vergelijkbaars gebeuren. Iemand kan leren beter voor zichzelf te zorgen binnen een relatie waarin hij voortdurend over zijn eigen grenzen heen beweegt. Meer rust nemen in een leven waarin bijna iedere lege plek onmiddellijk weer wordt gevuld. Of zichzelf trainen minder perfectionistisch te zijn in een omgeving waarin fouten nauwelijks verdragen worden.
Opnieuw hoeft daarmee niet vast te staan waar het probleem ligt. Misschien vraagt de persoon werkelijk iets anders van zichzelf. Misschien moet de context veranderen. Misschien beide.
Maar zolang we alleen kijken naar degene die de spanning ervaart, weten we dat niet.
Daarom is de vraag naar passendheid ingewikkelder dan de vraag naar draagkracht. Draagkracht kunnen we relatief gemakkelijk bij één persoon neerleggen. Hoeveel kan iemand aan? Waar liggen zijn grenzen? Welke vaardigheden ontbreken? Wat heeft hij nodig om weer verder te kunnen?
Passendheid bestaat nooit alleen in die persoon.
Ze ontstaat in de verhouding tussen iemand en de werkelijkheid waarin hij leeft. Tussen wat een mens kan en wat er van hem gevraagd wordt. Tussen verantwoordelijkheid en invloed. Tussen waarden en dagelijkse praktijk. Tussen wat iemand geeft en wat er terugkomt. Tussen de rol die ooit passend was en de mens die ondertussen misschien veranderd is.
Dat betekent ook dat iets niet objectief passend of niet passend hoeft te zijn. Hetzelfde werk kan voor de één betekenisvol zijn en voor de ander uitputtend. Dezelfde verantwoordelijkheid kan in de ene levensfase als ruimte worden ervaren en in een andere als belasting. En iets wat jarenlang precies paste, kan langzaam gaan schuren zonder dat iemand daar schuld aan heeft.
Juist daarom is de reflex om onmiddellijk te repareren soms te snel.
Misschien hoeft niet iedere spanning meteen opgelost te worden. Soms kan het interessanter zijn haar even te laten bestaan en nieuwsgierig te worden naar wat zij zichtbaar maakt.
Wat schuurt hier eigenlijk?
Wat vraagt voortdurend compensatie?
Waar is herstel steeds opnieuw nodig om dezelfde situatie te kunnen blijven dragen?
En wat zou zichtbaar worden wanneer we niet onmiddellijk probeerden iemand weer passend te maken voor wat er al is?
Dat zijn geen vragen die automatisch tot vertrek, stoppen of grote verandering hoeven te leiden. Soms ontdek je juist dat je wilt blijven. Dat iets moeilijk is én betekenisvol. Dat de richting klopt, maar de manier waarop je beweegt moet veranderen.
Maar soms wordt ook iets anders zichtbaar.
Dat we zo lang bezig zijn geweest onszelf te helpen functioneren binnen een bepaalde werkelijkheid, dat we nauwelijks nog hebben onderzocht of die werkelijkheid zelf mee zou mogen bewegen.
Misschien begint herstel daarom niet altijd met terugkeren naar wie je was voordat het te veel werd.
Soms begint het met nieuwsgierig worden naar de vraag waarom je eigenlijk terug zou moeten naar precies dezelfde plek.
***