Shift Van De Week #011
De vakantie heeft je laten herstellen. Maar waarvan?
Na een vakantie vragen we elkaar vaak: Ben je weer een beetje opgeladen?
Het is een vriendelijke vraag. En meestal bedoelen we precies wat we zeggen. We hopen dat iemand heeft kunnen uitrusten, afstand heeft kunnen nemen en met nieuwe energie terugkomt.
Maar in die ene vraag zit ook een beeld verscholen. Alsof we tijdens ons werk langzaam leeglopen en onze vrije tijd nodig hebben om de batterij opnieuw op te laden.
Daarna kunnen we er weer tegenaan. Totdat de batterij opnieuw leeg raakt.
En misschien is juist dát het moment waarop een andere vraag nodig is.
Niet alleen: Hoe zorg ik ervoor dat ik voldoende herstel?
Maar: Waarvan moet ik eigenlijk steeds opnieuw herstellen?
Herstel is noodzakelijk
Laten we daar geen misverstand over laten ontstaan. Mensen hebben herstel nodig.
We kunnen niet voortdurend actief, alert, verantwoordelijk en beschikbaar zijn. Ons lichaam heeft rust nodig. Onze aandacht moet zich kunnen losmaken. Inspanning moet worden afgewisseld met periodes waarin niets van ons gevraagd wordt.
Vakantie kan daarin werkelijk iets betekenen.
Maar juist omdat herstel zo belangrijk is, moeten we voorzichtig zijn met wat we ervan vragen.
Rust kan herstellen wat belast is.
Maar rust kan niet in haar eentje oplossen waardoor die belasting steeds opnieuw ontstaat.
Dat onderscheid wordt belangrijk wanneer iemand na iedere vakantie, ieder weekend of iedere vrije dag opnieuw dezelfde cyclus ingaat: Werken – Volhouden – Leeglopen – Herstellen – En weer opnieuw beginnen.
Dan is niet alleen het vermogen om te herstellen interessant. Dan wordt ook de terugkerende noodzaak tot herstel informatie.
Niet alle belasting staat in de agenda
Wanneer mensen vermoeid raken van hun werk, kijken we vaak eerst naar de hoeveelheid werk.
Hoeveel afspraken staan er? Hoeveel uren maakt iemand? Hoe groot is het takenpakket?
Dat zijn belangrijke vragen. Maar niet alles wat energie vraagt is zichtbaar in een agenda.
Het kan enorm veel energie kosten om voortdurend aan te voelen wat een leidinggevende van je verwacht. Om conflicten te voorkomen. Om verantwoordelijkheid te dragen zonder werkelijk invloed te hebben.Om steeds degene te zijn die opvangt wat anderen laten liggen. Om professioneel te blijven in een omgeving waarin je je niet vrij voelt om te zeggen wat je werkelijk ziet. Of om werk te blijven doen dat steeds verder verwijderd raakt van wat voor jou betekenisvol is.
Je kunt op papier een redelijke werkweek hebben en toch uitgeput thuiskomen.
Omdat belasting niet alleen gaat over wat je doet. Het gaat ook over wat je voortdurend moet dragen terwijl je het doet.
Soms wordt herstel zelf een individuele opdracht
Daar ontstaat een ongemakkelijke verschuiving.
Wanneer iemand moeite heeft om duurzaam te blijven functioneren, zoeken we de oplossing gemakkelijk bij die persoon. Neem voldoende pauze. Beweeg meer. Plan je agenda beter. Leer nee zeggen. Zorg dat je na werktijd loskomt van je werk. Bewaak je grenzen.
Op zichzelf kan ieder van deze adviezen waardevol zijn. Maar wanneer we daar stoppen, kan iets belangrijks buiten beeld raken.
Want wat als iemand zijn grens wél kent, maar werkt in een omgeving waarin die grens voortdurend onder druk staat?
Wat als iemand probeert los te komen van het werk, terwijl er impliciet wordt verwacht dat hij ook ’s avonds bereikbaar blijft?
Wat als iemand beter leert omgaan met stress, maar iedere werkdag opnieuw terechtkomt in onduidelijke verantwoordelijkheden, relationele spanning of structurele overbelasting?
Dan vragen we iemand eigenlijk om steeds beter te leren herstellen van iets wat zelf nauwelijks verandert. En daarmee kan herstel, hoe goed bedoeld ook, onderdeel worden van het probleem.
De herstelparadox
Onderzoek naar werkstress laat bovendien iets interessants zien.
Juist wanneer herstel het hardst nodig is, kan het moeilijker worden om werkelijk afstand te nemen.
Bij hoge belasting stopt het werk niet altijd wanneer de laptop dichtgaat. Een gesprek blijft in je hoofd doorgaan. Een onafgeronde taak blijft aandacht vragen. Je denkt alvast aan morgen. Aan wat je nog moet oplossen. Aan het gesprek dat je eigenlijk had moeten voeren.
Je lichaam is thuis. Maar een deel van jou is nog aan het werk.
Onderzoek laat zien dat hoge werkeisen samen kunnen gaan met minder psychologische afstand tot het werk, terwijl juist die afstand belangrijk is voor herstel.
Dat levert een paradox op: Hoe groter de belasting, hoe noodzakelijker herstel wordt — en hoe moeilijker dat herstel soms bereikbaar wordt.
Daarom is 'je moet beter ontspannen' uiteindelijk een te eenvoudig antwoord.
Niet omdat ontspannen onbelangrijk is. Maar omdat we anders van herstel een individuele vaardigheid maken terwijl we onvoldoende onderzoeken wat iemand voortdurend geactiveerd houdt.
Van ‘hoe herstel ik?’ naar ‘waarvan herstel ik?’
Daar ligt de Shift.
Stel dat je na je vakantie merkt dat de opgebouwde ruimte snel verdwijnt.
De eerste reflex kan zijn: Ik moet zorgen dat ik mijn rust beter vasthoud.
Misschien is er een eerdere vraag.
Wat gebeurde er waardoor ik die rust zo snel weer nodig kreeg? Was het werkelijk alleen de hoeveelheid werk? Of gebeurde er iets anders? Kwam je onmiddellijk weer terecht in de rol van degene die alles opvangt? Voelde je opnieuw dat je beschikbaar moest zijn? Verschoof je aandacht direct naar wat anderen nodig hadden? Werd een volle inbox voor jou meteen een achterstand die weggewerkt moest worden?Nam je verantwoordelijkheid op je die formeel misschien niet eens van jou is? Probeerde je onzekerheid in je team te verminderen door zelf harder te gaan werken?
Dan vertelt het verdwijnen van de rust je iets.
Niet alleen over je belastbaarheid.
Maar over de werkelijkheid waarin je dagelijks functioneert.
En die vraag geldt ook voor organisaties
Daarom is duurzame inzetbaarheid nooit uitsluitend een vraagstuk van individuele veerkracht.
Een organisatie kan medewerkers helpen om beter te slapen, bewegen, ontspannen en begrenzen.
Dat kan waardevol zijn. Maar een organisatie die werkelijk geïnteresseerd is in duurzaam welzijn moet ook bereid zijn zichzelf te onderzoeken.
Niet alleen: Hoe helpen we onze mensen herstellen?
Maar: Waarvan moeten onze mensen binnen onze organisatie voortdurend herstellen? Van structurele tijdsdruk? Van onduidelijke prioriteiten? Van voortdurend wisselende verwachtingen? Van een cultuur waarin niemand werkelijk offline durft te zijn? Van leiders die zeggen dat eigenaarschap belangrijk is, maar bij onzekerheid zelf de controle weer overnemen? Van verantwoordelijkheden die nergens formeel zijn belegd, maar uiteindelijk steeds bij dezelfde mensen terechtkomen? Van werk waarin mensen voortdurend moeten kiezen tussen wat professioneel juist voelt en wat organisatorisch van hen wordt gevraagd?
Dat zijn geen vragen waarop een vitaliteitsprogramma zelfstandig antwoord kan geven.
Ze raken aan leiderschap.
Aan relaties.
Aan cultuur.
Aan de manier waarop het werk zelf is georganiseerd.
Herstel of instandhouding?
Daarmee ontstaat misschien een ongemakkelijke maar noodzakelijke grens.
Wanneer iemand voldoende kan herstellen van normale inspanning, helpt herstel hem om duurzaam te functioneren. Maar wanneer iemand steeds opnieuw moet herstellen om dezelfde onhoudbare werkelijkheid te kunnen verdragen, krijgt herstel een andere functie.
Dan helpt het iemand mogelijk vooral om langer vol te houden wat eigenlijk in beweging zou moeten komen.
We herstellen dan niet om duurzaam te kunnen leven en werken.
We herstellen om een niet-duurzame werkelijkheid langer vol te houden.
Dat is geen argument tégen rust. Het is juist een argument om herstel serieuzer te nemen.
Want werkelijk herstel vraagt soms meer dan opladen.
Soms vraagt het dat we onderzoeken waarom de batterij steeds zo snel leegloopt.
De Shift van deze week
Kijk daarom deze week niet alleen naar de momenten waarop je moe wordt.
Kijk één stap eerder.
Waarvan ben je voortdurend aan het herstellen?
Van de hoeveelheid werk? Of van de manier waarop je jezelf binnen dat werk organiseert?
Van wat er feitelijk van je gevraagd wordt? Of van wat jij hebt geleerd dat er van je verwacht wordt?
Van tijdelijke druk? Of van een werkelijkheid die structureel meer van je vraagt dan duurzaam is?
Je hoeft daar niet onmiddellijk een oplossing voor te hebben. Alleen de vraag veranderen kan al iets zichtbaar maken.
Daarom is de Shift van deze week:
Van proberen beter te herstellen
naar onderzoeken wat herstel steeds opnieuw noodzakelijk maakt.
Want misschien heb je niet méér herstel nodig. Misschien vraagt iets waarvan je steeds opnieuw moet herstellen om beweging.
***