Shift Van De Week #015

Eerder is niet altijd eerder genoeg

Preventie klinkt bijna vanzelfsprekend als vooruitgang. Hoe eerder we signaleren dat iemand onder druk staat, hoe groter de kans dat we kunnen voorkomen dat klachten verergeren of iemand uiteindelijk uitvalt. Daarom leren leidinggevenden stresssignalen herkennen, meten organisaties werkdruk en krijgen medewerkers steeds vaker instrumenten aangereikt om zelf te merken wanneer hun belasting oploopt.

Daar valt veel voor te zeggen. Wie pas begint wanneer iemand niet meer kan, heeft kostbare tijd verloren. Toch zit er in onze nadruk op vroegsignalering een aanname die gemakkelijk buiten beeld blijft: dat we weten waar we vroeg bij moeten zijn.

Meestal zoeken we naar signalen van oplopende spanning. Slechter slapen, minder concentratie, vermoeidheid, prikkelbaarheid, lichamelijke klachten of gedrag dat verandert. Zodra zulke signalen zichtbaar worden, komt preventie in beweging. We proberen belasting te verminderen, herstel te bevorderen of iemand te helpen anders met de situatie om te gaan. Daarmee zijn we eerder dan wanneer we zouden wachten op uitval, maar we beginnen nog altijd op het moment waarop de gevolgen zich beginnen te tonen.

Wat gebeurt er wanneer we nog een stap teruggaan?

Misschien ligt het vroegste moment van preventie niet bij het eerste stresssignaal, maar bij het onderzoeken van de werkelijkheid waarin bepaald gedrag al veel langer logisch is. De medewerker die voortdurend bereikbaar blijft, hoeft zich nog helemaal niet gestrest te voelen. De ondernemer die iedere avond doorwerkt, kan dat lange tijd ervaren als betrokkenheid. Een leidinggevende die steeds meer naar zich toetrekt, kan ervan overtuigd zijn dat dit precies is wat de situatie van hem vraagt.

Van buitenaf zien we gedrag. Van binnenuit wordt een werkelijkheid beleefd waarin dat gedrag op dat moment begrijpelijk kan zijn.

Daar raakt preventie aan Positie. Vanuit Positie verschijnt niet alleen wat er gebeurt, maar ook wat belangrijk, bedreigend, noodzakelijk of mogelijk voelt. Een extra verzoek kan daardoor voor de ene medewerker werkelijk een verzoek zijn, terwijl het voor een ander bijna als een verplichting verschijnt. Niet omdat die tweede medewerker simpelweg niet heeft geleerd om nee te zeggen, maar omdat in zijn werkelijkheid iets anders op het spel kan staan: loyaliteit, erkenning, veiligheid, verantwoordelijkheid of de angst anderen met het probleem achter te laten.

Wie alleen het gedrag probeert te veranderen, kan dan te laat beginnen terwijl hij ogenschijnlijk heel vroeg intervenieert. Een training grenzen stellen kan waardevol zijn, maar raakt niet vanzelf aan datgene waardoor het niet logisch is geworden om geen grenzen te stellen voor iemand. Hetzelfde geldt voor een organisatie. Werkdruk meten kan belangrijke informatie opleveren, maar vertelt nog niet waarom een team structureel blijft opvangen wat eigenlijk niet meer op te vangen is, of waarom een directie bepaalde signalen telkens opnieuw als tijdelijk probleem blijft begrijpen.

Daarom vraagt echte vroegsignalering misschien om meer dan het steeds sneller herkennen van symptomen. Zij vraagt om nieuwsgierigheid naar wat er al georganiseerd wordt voordat er iets mis lijkt te zijn: in mensen, tussen mensen en in de systemen waarvan zij deel uitmaken.

Dan verandert ook de betekenis van preventie. We wachten niet alleen minder lang met ingrijpen. We beginnen op een andere plek met kijken.

Misschien is dat wel wat ‘er op tijd bij zijn’ werkelijk vraagt: niet alleen eerder zien dat iemand onder druk komt te staan, maar eerder begrijpen waarom die druk zo lang logisch kon blijven.

***

Vorige
Vorige

Onder De Oppervlakte #015

Volgende
Volgende

De Human Shift Quote #015