Shift Van De Week #016
De grenzen van wat bespreekbaar is
Er was een tijd waarin de werkwijze van de organisatie vanzelfsprekend leek. Ze bracht structuur, gaf mensen houvast en maakte het mogelijk om gezamenlijk resultaten te bereiken. Besluiten konden sneller worden genomen, verantwoordelijkheden waren helder en de organisatie ontwikkelde een herkenbare manier van werken. Misschien was juist die aanpak ooit een belangrijke verklaring voor haar succes. Waarom zou je ter discussie stellen wat zoveel heeft opgeleverd?
Toch kan er in de loop van de tijd iets verschuiven, zonder dat iemand precies kan aanwijzen wanneer die verandering begon. Een medewerker stelt een vraag die niet goed past binnen de bestaande afspraken. Een professional merkt dat een protocol in een bepaalde situatie onvoldoende recht doet aan wat nodig is. Een leidinggevende ziet dat de dagelijkse werkelijkheid ingewikkelder is dan de cijfers doen vermoeden. Aanvankelijk zijn het kleine signalen, vaak niet eens bedoeld als kritiek, maar als pogingen om iets zichtbaar te maken wat binnen de vertrouwde manier van werken onvoldoende aandacht krijgt.
Wat er vervolgens met die signalen gebeurt, zegt veel over het verandervermogen van een organisatie. Zolang haar uitgangspunten onderwerp van gesprek kunnen blijven, bieden afwijkende ervaringen een mogelijkheid om te leren. Maar wanneer die uitgangspunten steeds sterker verweven raken met de identiteit van de organisatie, wordt het ingewikkelder. Wat ooit een werkzame overtuiging was, kan ongemerkt veranderen in iets wat verdedigd moet worden. Een vraag wordt dan niet meer uitsluitend beoordeeld op haar inhoud, maar ook op de mate waarin zij past bij wat men gezamenlijk als juist is gaan beschouwen.
En daarmee verandert de betekenis van tegenspraak.
Een kritische observatie kan worden ervaren als een verstoring van de samenwerking. Een afwijkende ervaring wordt een uitzondering waarvoor een verklaring moet worden gevonden. Wie twijfelt aan een bestaande werkwijze, kan onbedoeld de indruk wekken ook te twijfelen aan de mensen die haar hebben ontwikkeld. Zo ontstaat een situatie waarin niemand expliciet hoeft te verbieden dat er vragen worden gesteld, terwijl steeds duidelijker wordt welke vragen welkom zijn en welke liever niet.
Het opmerkelijke is dat zo'n organisatie ondertussen volop in beweging kan blijven. Er worden verbeterprogramma's gestart, medewerkers krijgen trainingen en processen worden opnieuw ingericht. Er wordt geëvalueerd, gemeten en bijgestuurd, soms met grote inzet en oprechte betrokkenheid. Van buitenaf kan dat de indruk wekken van een organisatie die voortdurend leert. Maar wanneer al die inspanningen plaatsvinden binnen uitgangspunten die zelf niet meer onderzocht worden, blijft een wezenlijke mogelijkheid tot verandering buiten bereik.
Juist daarin schuilt een paradox. De werkwijze die de organisatie ooit hielp om succesvol te worden, kan later haar vermogen beperken om te herkennen wat inmiddels anders is geworden. Niet omdat de oorspronkelijke overtuiging verkeerd was, maar omdat een overtuiging die niet meer bevraagd wordt langzaam haar verbinding met de veranderende werkelijkheid kan verliezen.
Werkelijk leren vraagt daarom soms om iets wat moeilijker is dan het ontwikkelen van een nieuwe aanpak. Het vraagt de bereidheid om onzekerheid toe te laten waar lange tijd zekerheid werd verwacht, en om serieus te onderzoeken of datgene wat ooit hielp inmiddels ook iets belemmert. Dat betekent niet dat iedere kritische stem gelijk heeft of dat bestaande overtuigingen voortdurend moeten worden losgelaten. Het betekent wel dat geen enkele werkwijze vanzelfsprekend buiten het bereik van onderzoek zou moeten vallen.
Misschien ligt daar een wezenlijk onderscheid tussen een organisatie die voortdurend verandert en een organisatie die werkelijk leert. De eerste kan steeds beter worden in wat zij al doet. De tweede behoudt ook het vermogen om zich af te vragen of wat zij doet nog wel het juiste is.
Want wat gebeurt er met een organisatie wanneer juist datgene wat haar succesvol heeft gemaakt, niet meer ter discussie mag staan?
***